Als je een boekbespreking wilt houden vertel dan:

1. Hoe het boek heet.

2. Wie het heeft geschreven.

3. Wie de tekeningen erbij maakte.

4. Vertel dan in je eigen woorden waar het boek over gaat. Als je een boek goed hebt gelezen kun je vertellen wat het thema was. Bijvoorbeeld: vriendschap, het overwinnen van angst, jaloers zijn, je verraden voelen, liefde voor dieren of pesten of verliefd zijn (ik noem maar wat voorbeelden).

5. Daarna kun je wat uitgebreider zijn. Je begint bijvoorbeeld met: `Dit boek gaat over twee jongens die elke dag langs een leegstaand huis komen. Op een dag zien ze dat er ineens mensen in dat `spookhuis' wonen... Of: `Dit boek gaat over een raar omaatje. Waarom ze zo `raar' is, leg je uit met voorbeelden.

6. Je vertelt dan wat er gebeurt. Maak ook waarom de personen in het boek doen wat ze doen en wat de gevolgen zijn.

7. Laat ook maar eens wat tekeningen uit het boek zien.

8. Lees dan een stukje voor dat jij erg spannend vindt of juist zielig of grappig. Het moet een stukje zijn dat precies laat zien wat voor boek het is.

9. Vertel daarna wat je zélf van het boek vond. Vergeet niet ook hier weer goed erbij te vertellen waaróm je het bijvoorbeeld een spannend, leuk, saai, dom of grappig boek vond.

10. Je zou ook een klassengesprek kunnen beginnen. (Dat moet je vooraf wel even overleggen met de juf of meester) Als het boek bijvoorbeeld over vriendschap gaat, dan kun je de kinderen in de klas vragen om op te schrijven wat je moet doen om een goede vriend of vriendin te zijn. Vind je jezelf een goede vriend? Dat zijn dingen waarover je in groepjes kunt praten. Tenslotte: Met je stem kun je ook veel doen. Praat niet lijzig, saai of onverstaanbaar. Probeer enthousiast te klinken en kijk de kinderen in de klas aan. Dat is voor de klas veel leuker om naar te kijken dan wanneer je maar wat staat op te dreunen. Wedden dat je dan een goed cijfer krijgt?

Heel veel succes!
Reina ten Bruggenkate
.

Home